By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present Perfect
Past Perfect
Future Perfect
ik brul aan
jij brult aan
hij brult aan
wij brullen aan
jullie brullen aan
zij brullen aan
ik heb aangebruld
jij hebt aangebruld
hij heeft aangebruld
wij hebben aangebruld
jullie hebben aangebruld
zij hebben aangebruld
ik brulde aan
jij brulde aan
hij brulde aan
wij brulden aan
jullie brulden aan
zij brulden aan
ik had aangebruld
jij had aangebruld
hij had aangebruld
wij hadden aangebruld
jullie hadden aangebruld
zij hadden aangebruld
ik zal aanbrullen
jij zult aanbrullen
hij zal aanbrullen
wij zullen aanbrullen
jullie zullen aanbrullen
zij zullen aanbrullen
ik zal aangebruld hebben
jij zult aangebruld hebben
hij zal aangebruld hebben
wij zullen aangebruld hebben
jullie zullen aangebruld hebben
zij zullen aangebruld hebben


ik zou aanbrullen
jij zou aanbrullen
hij zou aanbrullen
wij zouden aanbrullen
jullie zouden aanbrullen
zij zouden aanbrullen
ik zou aangebruld hebben
jij zou aangebruld hebben
hij zou aangebruld hebben
wij zouden aangebruld hebben
jullie zouden aangebruld hebben
zij zouden aangebruld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij brul aan

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.