By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present
Present Perfect
Past
Past Perfect
Future
Future Perfect
ik rijg aan
jij rijgt aan
hij rijgt aan
wij rijgen aan
jullie rijgen aan
zij rijgen aan
ik heb aangeregen
jij hebt aangeregen
hij heeft aangeregen
wij hebben aangeregen
jullie hebben aangeregen
zij hebben aangeregen
ik reeg aan
jij reeg aan
hij reeg aan
wij regen aan
jullie regen aan
zij regen aan
ik had aangeregen
jij had aangeregen
hij had aangeregen
wij hadden aangeregen
jullie hadden aangeregen
zij hadden aangeregen
ik zal aanrijgen
jij zult aanrijgen
hij zal aanrijgen
wij zullen aanrijgen
jullie zullen aanrijgen
zij zullen aanrijgen
ik zal aangeregen hebben
jij zult aangeregen hebben
hij zal aangeregen hebben
wij zullen aangeregen hebben
jullie zullen aangeregen hebben
zij zullen aangeregen hebben

Conditional

Imperfect
Perfect
ik zou aanrijgen
jij zou aanrijgen
hij zou aanrijgen
wij zouden aanrijgen
jullie zouden aanrijgen
zij zouden aanrijgen
ik zou aangeregen hebben
jij zou aangeregen hebben
hij zou aangeregen hebben
wij zouden aangeregen hebben
jullie zouden aangeregen hebben
zij zouden aangeregen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij rijg aan

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.