By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present
Present Perfect
Past
Past Perfect
Future
Future Perfect
ik zaag aan
jij zaagt aan
hij zaagt aan
wij zagen aan
jullie zagen aan
zij zagen aan
ik heb aangezaagd
jij hebt aangezaagd
hij heeft aangezaagd
wij hebben aangezaagd
jullie hebben aangezaagd
zij hebben aangezaagd
ik zaagde aan
jij zaagde aan
hij zaagde aan
wij zaagden aan
jullie zaagden aan
zij zaagden aan
ik had aangezaagd
jij had aangezaagd
hij had aangezaagd
wij hadden aangezaagd
jullie hadden aangezaagd
zij hadden aangezaagd
ik zal aanzagen
jij zult aanzagen
hij zal aanzagen
wij zullen aanzagen
jullie zullen aanzagen
zij zullen aanzagen
ik zal aangezaagd hebben
jij zult aangezaagd hebben
hij zal aangezaagd hebben
wij zullen aangezaagd hebben
jullie zullen aangezaagd hebben
zij zullen aangezaagd hebben

Conditional

Imperfect
Perfect
ik zou aanzagen
jij zou aanzagen
hij zou aanzagen
wij zouden aanzagen
jullie zouden aanzagen
zij zouden aanzagen
ik zou aangezaagd hebben
jij zou aangezaagd hebben
hij zou aangezaagd hebben
wij zouden aangezaagd hebben
jullie zouden aangezaagd hebben
zij zouden aangezaagd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij zaag aan

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

For free. No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.