By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present
Present Perfect
Past
Past Perfect
Future
Future Perfect
ik zout aan
jij zout aan
hij zout aan
wij zouten aan
jullie zouten aan
zij zouten aan
ik heb aangezouten
jij hebt aangezouten
hij heeft aangezouten
wij hebben aangezouten
jullie hebben aangezouten
zij hebben aangezouten
ik zoutte aan
jij zoutte aan
hij zoutte aan
wij zoutten aan
jullie zoutten aan
zij zoutten aan
ik had aangezouten
jij had aangezouten
hij had aangezouten
wij hadden aangezouten
jullie hadden aangezouten
zij hadden aangezouten
ik zal aanzouten
jij zult aanzouten
hij zal aanzouten
wij zullen aanzouten
jullie zullen aanzouten
zij zullen aanzouten
ik zal aangezouten hebben
jij zult aangezouten hebben
hij zal aangezouten hebben
wij zullen aangezouten hebben
jullie zullen aangezouten hebben
zij zullen aangezouten hebben

Conditional

Imperfect
Perfect
ik zou aanzouten
jij zou aanzouten
hij zou aanzouten
wij zouden aanzouten
jullie zouden aanzouten
zij zouden aanzouten
ik zou aangezouten hebben
jij zou aangezouten hebben
hij zou aangezouten hebben
wij zouden aangezouten hebben
jullie zouden aangezouten hebben
zij zouden aangezouten hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij zout aan

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.