By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present
Present Perfect
Past
Past Perfect
Future
Future Perfect
ik acquitteer
jij acquitteert
hij acquitteert
wij acquitteren
jullie acquitteren
zij acquitteren
ik heb geacquitteerd
jij hebt geacquitteerd
hij heeft geacquitteerd
wij hebben geacquitteerd
jullie hebben geacquitteerd
zij hebben geacquitteerd
ik acquitteerde
jij acquitteerde
hij acquitteerde
wij acquitteerden
jullie acquitteerden
zij acquitteerden
ik had geacquitteerd
jij had geacquitteerd
hij had geacquitteerd
wij hadden geacquitteerd
jullie hadden geacquitteerd
zij hadden geacquitteerd
ik zal acquitteren
jij zult acquitteren
hij zal acquitteren
wij zullen acquitteren
jullie zullen acquitteren
zij zullen acquitteren
ik zal geacquitteerd hebben
jij zult geacquitteerd hebben
hij zal geacquitteerd hebben
wij zullen geacquitteerd hebben
jullie zullen geacquitteerd hebben
zij zullen geacquitteerd hebben

Conditional

Imperfect
Perfect
ik zou acquitteren
jij zou acquitteren
hij zou acquitteren
wij zouden acquitteren
jullie zouden acquitteren
zij zouden acquitteren
ik zou geacquitteerd hebben
jij zou geacquitteerd hebben
hij zou geacquitteerd hebben
wij zouden geacquitteerd hebben
jullie zouden geacquitteerd hebben
zij zouden geacquitteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij acquitteer

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

For free. No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.