By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present Perfect
Past Perfect
Future Perfect
ik breidel
jij breidelt
hij breidelt
wij breidelen
jullie breidelen
zij breidelen
ik heb gebreideld
jij hebt gebreideld
hij heeft gebreideld
wij hebben gebreideld
jullie hebben gebreideld
zij hebben gebreideld
ik breidelde
jij breidelde
hij breidelde
wij breidelden
jullie breidelden
zij breidelden
ik had gebreideld
jij had gebreideld
hij had gebreideld
wij hadden gebreideld
jullie hadden gebreideld
zij hadden gebreideld
ik zal breidelen
jij zult breidelen
hij zal breidelen
wij zullen breidelen
jullie zullen breidelen
zij zullen breidelen
ik zal gebreideld hebben
jij zult gebreideld hebben
hij zal gebreideld hebben
wij zullen gebreideld hebben
jullie zullen gebreideld hebben
zij zullen gebreideld hebben


ik zou breidelen
jij zou breidelen
hij zou breidelen
wij zouden breidelen
jullie zouden breidelen
zij zouden breidelen
ik zou gebreideld hebben
jij zou gebreideld hebben
hij zou gebreideld hebben
wij zouden gebreideld hebben
jullie zouden gebreideld hebben
zij zouden gebreideld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij breidel

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.