By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present Perfect
Past Perfect
Future Perfect
ik calcineer
jij calcineert
hij calcineert
wij calcineren
jullie calcineren
zij calcineren
ik heb gecalcineerd
jij hebt gecalcineerd
hij heeft gecalcineerd
wij hebben gecalcineerd
jullie hebben gecalcineerd
zij hebben gecalcineerd
ik calcineerde
jij calcineerde
hij calcineerde
wij calcineerden
jullie calcineerden
zij calcineerden
ik had gecalcineerd
jij had gecalcineerd
hij had gecalcineerd
wij hadden gecalcineerd
jullie hadden gecalcineerd
zij hadden gecalcineerd
ik zal calcineren
jij zult calcineren
hij zal calcineren
wij zullen calcineren
jullie zullen calcineren
zij zullen calcineren
ik zal gecalcineerd hebben
jij zult gecalcineerd hebben
hij zal gecalcineerd hebben
wij zullen gecalcineerd hebben
jullie zullen gecalcineerd hebben
zij zullen gecalcineerd hebben


ik zou calcineren
jij zou calcineren
hij zou calcineren
wij zouden calcineren
jullie zouden calcineren
zij zouden calcineren
ik zou gecalcineerd hebben
jij zou gecalcineerd hebben
hij zou gecalcineerd hebben
wij zouden gecalcineerd hebben
jullie zouden gecalcineerd hebben
zij zouden gecalcineerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij calcineer

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.