By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present Perfect
Past Perfect
Future Perfect
ik charmeer
jij charmeert
hij charmeert
wij charmeren
jullie charmeren
zij charmeren
ik heb gecharmeerd
jij hebt gecharmeerd
hij heeft gecharmeerd
wij hebben gecharmeerd
jullie hebben gecharmeerd
zij hebben gecharmeerd
ik charmeerde
jij charmeerde
hij charmeerde
wij charmeerden
jullie charmeerden
zij charmeerden
ik had gecharmeerd
jij had gecharmeerd
hij had gecharmeerd
wij hadden gecharmeerd
jullie hadden gecharmeerd
zij hadden gecharmeerd
ik zal charmeren
jij zult charmeren
hij zal charmeren
wij zullen charmeren
jullie zullen charmeren
zij zullen charmeren
ik zal gecharmeerd hebben
jij zult gecharmeerd hebben
hij zal gecharmeerd hebben
wij zullen gecharmeerd hebben
jullie zullen gecharmeerd hebben
zij zullen gecharmeerd hebben


ik zou charmeren
jij zou charmeren
hij zou charmeren
wij zouden charmeren
jullie zouden charmeren
zij zouden charmeren
ik zou gecharmeerd hebben
jij zou gecharmeerd hebben
hij zou gecharmeerd hebben
wij zouden gecharmeerd hebben
jullie zouden gecharmeerd hebben
zij zouden gecharmeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij charmeer

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.