By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present Perfect
Past Perfect
Future Perfect
ik cirkel
jij cirkelt
hij cirkelt
wij cirkelen
jullie cirkelen
zij cirkelen
ik heb gecirkeld
jij hebt gecirkeld
hij heeft gecirkeld
wij hebben gecirkeld
jullie hebben gecirkeld
zij hebben gecirkeld
ik cirkelde
jij cirkelde
hij cirkelde
wij cirkelden
jullie cirkelden
zij cirkelden
ik had gecirkeld
jij had gecirkeld
hij had gecirkeld
wij hadden gecirkeld
jullie hadden gecirkeld
zij hadden gecirkeld
ik zal cirkelen
jij zult cirkelen
hij zal cirkelen
wij zullen cirkelen
jullie zullen cirkelen
zij zullen cirkelen
ik zal gecirkeld hebben
jij zult gecirkeld hebben
hij zal gecirkeld hebben
wij zullen gecirkeld hebben
jullie zullen gecirkeld hebben
zij zullen gecirkeld hebben


ik zou cirkelen
jij zou cirkelen
hij zou cirkelen
wij zouden cirkelen
jullie zouden cirkelen
zij zouden cirkelen
ik zou gecirkeld hebben
jij zou gecirkeld hebben
hij zou gecirkeld hebben
wij zouden gecirkeld hebben
jullie zouden gecirkeld hebben
zij zouden gecirkeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij cirkel

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.