By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present
Present Perfect
Past
Past Perfect
Future
Future Perfect
ik coach
jij coacht
hij coacht
wij coachen
jullie coachen
zij coachen
ik heb gecoacht
jij hebt gecoacht
hij heeft gecoacht
wij hebben gecoacht
jullie hebben gecoacht
zij hebben gecoacht
ik coachte
jij coachte
hij coachte
wij coachten
jullie coachten
zij coachten
ik had gecoacht
jij had gecoacht
hij had gecoacht
wij hadden gecoacht
jullie hadden gecoacht
zij hadden gecoacht
ik zal coachen
jij zult coachen
hij zal coachen
wij zullen coachen
jullie zullen coachen
zij zullen coachen
ik zal gecoacht hebben
jij zult gecoacht hebben
hij zal gecoacht hebben
wij zullen gecoacht hebben
jullie zullen gecoacht hebben
zij zullen gecoacht hebben

Conditional

Imperfect
Perfect
ik zou coachen
jij zou coachen
hij zou coachen
wij zouden coachen
jullie zouden coachen
zij zouden coachen
ik zou gecoacht hebben
jij zou gecoacht hebben
hij zou gecoacht hebben
wij zouden gecoacht hebben
jullie zouden gecoacht hebben
zij zouden gecoacht hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij coach

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.