By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present Perfect
Past Perfect
Future Perfect
ik codeer
jij codeert
hij codeert
wij coderen
jullie coderen
zij coderen
ik heb gecodeerd
jij hebt gecodeerd
hij heeft gecodeerd
wij hebben gecodeerd
jullie hebben gecodeerd
zij hebben gecodeerd
ik codeerde
jij codeerde
hij codeerde
wij codeerden
jullie codeerden
zij codeerden
ik had gecodeerd
jij had gecodeerd
hij had gecodeerd
wij hadden gecodeerd
jullie hadden gecodeerd
zij hadden gecodeerd
ik zal coderen
jij zult coderen
hij zal coderen
wij zullen coderen
jullie zullen coderen
zij zullen coderen
ik zal gecodeerd hebben
jij zult gecodeerd hebben
hij zal gecodeerd hebben
wij zullen gecodeerd hebben
jullie zullen gecodeerd hebben
zij zullen gecodeerd hebben


ik zou coderen
jij zou coderen
hij zou coderen
wij zouden coderen
jullie zouden coderen
zij zouden coderen
ik zou gecodeerd hebben
jij zou gecodeerd hebben
hij zou gecodeerd hebben
wij zouden gecodeerd hebben
jullie zouden gecodeerd hebben
zij zouden gecodeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij codeer

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.