By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present Perfect
Past Perfect
Future Perfect
ik concurreer
jij concurreert
hij concurreert
wij concurreren
jullie concurreren
zij concurreren
ik heb geconcurreerd
jij hebt geconcurreerd
hij heeft geconcurreerd
wij hebben geconcurreerd
jullie hebben geconcurreerd
zij hebben geconcurreerd
ik concurreerde
jij concurreerde
hij concurreerde
wij concurreerden
jullie concurreerden
zij concurreerden
ik had geconcurreerd
jij had geconcurreerd
hij had geconcurreerd
wij hadden geconcurreerd
jullie hadden geconcurreerd
zij hadden geconcurreerd
ik zal concurreren
jij zult concurreren
hij zal concurreren
wij zullen concurreren
jullie zullen concurreren
zij zullen concurreren
ik zal geconcurreerd hebben
jij zult geconcurreerd hebben
hij zal geconcurreerd hebben
wij zullen geconcurreerd hebben
jullie zullen geconcurreerd hebben
zij zullen geconcurreerd hebben


ik zou concurreren
jij zou concurreren
hij zou concurreren
wij zouden concurreren
jullie zouden concurreren
zij zouden concurreren
ik zou geconcurreerd hebben
jij zou geconcurreerd hebben
hij zou geconcurreerd hebben
wij zouden geconcurreerd hebben
jullie zouden geconcurreerd hebben
zij zouden geconcurreerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij concurreer

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.