By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present Perfect
Past Perfect
Future Perfect
ik confronteer
jij confronteert
hij confronteert
wij confronteren
jullie confronteren
zij confronteren
ik heb geconfronteerd
jij hebt geconfronteerd
hij heeft geconfronteerd
wij hebben geconfronteerd
jullie hebben geconfronteerd
zij hebben geconfronteerd
ik confronteerde
jij confronteerde
hij confronteerde
wij confronteerden
jullie confronteerden
zij confronteerden
ik had geconfronteerd
jij had geconfronteerd
hij had geconfronteerd
wij hadden geconfronteerd
jullie hadden geconfronteerd
zij hadden geconfronteerd
ik zal confronteren
jij zult confronteren
hij zal confronteren
wij zullen confronteren
jullie zullen confronteren
zij zullen confronteren
ik zal geconfronteerd hebben
jij zult geconfronteerd hebben
hij zal geconfronteerd hebben
wij zullen geconfronteerd hebben
jullie zullen geconfronteerd hebben
zij zullen geconfronteerd hebben


ik zou confronteren
jij zou confronteren
hij zou confronteren
wij zouden confronteren
jullie zouden confronteren
zij zouden confronteren
ik zou geconfronteerd hebben
jij zou geconfronteerd hebben
hij zou geconfronteerd hebben
wij zouden geconfronteerd hebben
jullie zouden geconfronteerd hebben
zij zouden geconfronteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij confronteer

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.