By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present
Present Perfect
Past
Past Perfect
Future
Future Perfect
ik converseer
jij converseert
hij converseert
wij converseren
jullie converseren
zij converseren
ik heb geconverseerd
jij hebt geconverseerd
hij heeft geconverseerd
wij hebben geconverseerd
jullie hebben geconverseerd
zij hebben geconverseerd
ik converseerde
jij converseerde
hij converseerde
wij converseerden
jullie converseerden
zij converseerden
ik had geconverseerd
jij had geconverseerd
hij had geconverseerd
wij hadden geconverseerd
jullie hadden geconverseerd
zij hadden geconverseerd
ik zal converseren
jij zult converseren
hij zal converseren
wij zullen converseren
jullie zullen converseren
zij zullen converseren
ik zal geconverseerd hebben
jij zult geconverseerd hebben
hij zal geconverseerd hebben
wij zullen geconverseerd hebben
jullie zullen geconverseerd hebben
zij zullen geconverseerd hebben

Conditional

Imperfect
Perfect
ik zou converseren
jij zou converseren
hij zou converseren
wij zouden converseren
jullie zouden converseren
zij zouden converseren
ik zou geconverseerd hebben
jij zou geconverseerd hebben
hij zou geconverseerd hebben
wij zouden geconverseerd hebben
jullie zouden geconverseerd hebben
zij zouden geconverseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij converseer

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.