By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present Perfect
Past Perfect
Future Perfect
ik copuleer
jij copuleert
hij copuleert
wij copuleren
jullie copuleren
zij copuleren
ik heb gecopuleerd
jij hebt gecopuleerd
hij heeft gecopuleerd
wij hebben gecopuleerd
jullie hebben gecopuleerd
zij hebben gecopuleerd
ik copuleerde
jij copuleerde
hij copuleerde
wij copuleerden
jullie copuleerden
zij copuleerden
ik had gecopuleerd
jij had gecopuleerd
hij had gecopuleerd
wij hadden gecopuleerd
jullie hadden gecopuleerd
zij hadden gecopuleerd
ik zal copuleren
jij zult copuleren
hij zal copuleren
wij zullen copuleren
jullie zullen copuleren
zij zullen copuleren
ik zal gecopuleerd hebben
jij zult gecopuleerd hebben
hij zal gecopuleerd hebben
wij zullen gecopuleerd hebben
jullie zullen gecopuleerd hebben
zij zullen gecopuleerd hebben


ik zou copuleren
jij zou copuleren
hij zou copuleren
wij zouden copuleren
jullie zouden copuleren
zij zouden copuleren
ik zou gecopuleerd hebben
jij zou gecopuleerd hebben
hij zou gecopuleerd hebben
wij zouden gecopuleerd hebben
jullie zouden gecopuleerd hebben
zij zouden gecopuleerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij copuleer

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.