By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present
Present Perfect
Past
Past Perfect
Future
Future Perfect
ik correspondeer
jij correspondeert
hij correspondeert
wij corresponderen
jullie corresponderen
zij corresponderen
ik heb gecorrespondeerd
jij hebt gecorrespondeerd
hij heeft gecorrespondeerd
wij hebben gecorrespondeerd
jullie hebben gecorrespondeerd
zij hebben gecorrespondeerd
ik correspondeerde
jij correspondeerde
hij correspondeerde
wij correspondeerden
jullie correspondeerden
zij correspondeerden
ik had gecorrespondeerd
jij had gecorrespondeerd
hij had gecorrespondeerd
wij hadden gecorrespondeerd
jullie hadden gecorrespondeerd
zij hadden gecorrespondeerd
ik zal corresponderen
jij zult corresponderen
hij zal corresponderen
wij zullen corresponderen
jullie zullen corresponderen
zij zullen corresponderen
ik zal gecorrespondeerd hebben
jij zult gecorrespondeerd hebben
hij zal gecorrespondeerd hebben
wij zullen gecorrespondeerd hebben
jullie zullen gecorrespondeerd hebben
zij zullen gecorrespondeerd hebben

Conditional

Imperfect
Perfect
ik zou corresponderen
jij zou corresponderen
hij zou corresponderen
wij zouden corresponderen
jullie zouden corresponderen
zij zouden corresponderen
ik zou gecorrespondeerd hebben
jij zou gecorrespondeerd hebben
hij zou gecorrespondeerd hebben
wij zouden gecorrespondeerd hebben
jullie zouden gecorrespondeerd hebben
zij zouden gecorrespondeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij correspondeer

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.