By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present Perfect
Past Perfect
Future Perfect
ik cureer
jij cureert
hij cureert
wij cureren
jullie cureren
zij cureren
ik heb gecureerd
jij hebt gecureerd
hij heeft gecureerd
wij hebben gecureerd
jullie hebben gecureerd
zij hebben gecureerd
ik cureerde
jij cureerde
hij cureerde
wij cureerden
jullie cureerden
zij cureerden
ik had gecureerd
jij had gecureerd
hij had gecureerd
wij hadden gecureerd
jullie hadden gecureerd
zij hadden gecureerd
ik zal cureren
jij zult cureren
hij zal cureren
wij zullen cureren
jullie zullen cureren
zij zullen cureren
ik zal gecureerd hebben
jij zult gecureerd hebben
hij zal gecureerd hebben
wij zullen gecureerd hebben
jullie zullen gecureerd hebben
zij zullen gecureerd hebben


ik zou cureren
jij zou cureren
hij zou cureren
wij zouden cureren
jullie zouden cureren
zij zouden cureren
ik zou gecureerd hebben
jij zou gecureerd hebben
hij zou gecureerd hebben
wij zouden gecureerd hebben
jullie zouden gecureerd hebben
zij zouden gecureerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij cureer

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.