By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present
Present Perfect
Past
Past Perfect
Future
Future Perfect
ik overweeg
jij overweegt
hij overweegt
wij overwegen
jullie overwegen
zij overwegen
ik heb overwogen
jij hebt overwogen
hij heeft overwogen
wij hebben overwogen
jullie hebben overwogen
zij hebben overwogen
ik overwoog
jij overwoog
hij overwoog
wij overwogen
jullie overwogen
zij overwogen
ik had overwogen
jij had overwogen
hij had overwogen
wij hadden overwogen
jullie hadden overwogen
zij hadden overwogen
ik zal overwegen
jij zult overwegen
hij zal overwegen
wij zullen overwegen
jullie zullen overwegen
zij zullen overwegen
ik zal overwogen hebben
jij zult overwogen hebben
hij zal overwogen hebben
wij zullen overwogen hebben
jullie zullen overwogen hebben
zij zullen overwogen hebben

Conditional

Imperfect
Perfect
ik zou overwegen
jij zou overwegen
hij zou overwegen
wij zouden overwegen
jullie zouden overwegen
zij zouden overwegen
ik zou overwogen hebben
jij zou overwogen hebben
hij zou overwogen hebben
wij zouden overwogen hebben
jullie zouden overwogen hebben
zij zouden overwogen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij overweeg

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.