By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present Perfect
Past Perfect
Future Perfect
ik canoniseer
jij canoniseert
hij canoniseert
wij canoniseren
jullie canoniseren
zij canoniseren
ik heb gecanoniseerd
jij hebt gecanoniseerd
hij heeft gecanoniseerd
wij hebben gecanoniseerd
jullie hebben gecanoniseerd
zij hebben gecanoniseerd
ik canoniseerde
jij canoniseerde
hij canoniseerde
wij canoniseerden
jullie canoniseerden
zij canoniseerden
ik had gecanoniseerd
jij had gecanoniseerd
hij had gecanoniseerd
wij hadden gecanoniseerd
jullie hadden gecanoniseerd
zij hadden gecanoniseerd
ik zal canoniseren
jij zult canoniseren
hij zal canoniseren
wij zullen canoniseren
jullie zullen canoniseren
zij zullen canoniseren
ik zal gecanoniseerd hebben
jij zult gecanoniseerd hebben
hij zal gecanoniseerd hebben
wij zullen gecanoniseerd hebben
jullie zullen gecanoniseerd hebben
zij zullen gecanoniseerd hebben


ik zou canoniseren
jij zou canoniseren
hij zou canoniseren
wij zouden canoniseren
jullie zouden canoniseren
zij zouden canoniseren
ik zou gecanoniseerd hebben
jij zou gecanoniseerd hebben
hij zou gecanoniseerd hebben
wij zouden gecanoniseerd hebben
jullie zouden gecanoniseerd hebben
zij zouden gecanoniseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij canoniseer

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.