By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

Indicative - Aantonende wijs

Present Perfect
Past Perfect
Future Perfect
ik chambreer
jij chambreert
hij chambreert
wij chambreren
jullie chambreren
zij chambreren
ik heb gechambreerd
jij hebt gechambreerd
hij heeft gechambreerd
wij hebben gechambreerd
jullie hebben gechambreerd
zij hebben gechambreerd
ik chambreerde
jij chambreerde
hij chambreerde
wij chambreerden
jullie chambreerden
zij chambreerden
ik had gechambreerd
jij had gechambreerd
hij had gechambreerd
wij hadden gechambreerd
jullie hadden gechambreerd
zij hadden gechambreerd
ik zal chambreren
jij zult chambreren
hij zal chambreren
wij zullen chambreren
jullie zullen chambreren
zij zullen chambreren
ik zal gechambreerd hebben
jij zult gechambreerd hebben
hij zal gechambreerd hebben
wij zullen gechambreerd hebben
jullie zullen gechambreerd hebben
zij zullen gechambreerd hebben


ik zou chambreren
jij zou chambreren
hij zou chambreren
wij zouden chambreren
jullie zouden chambreren
zij zouden chambreren
ik zou gechambreerd hebben
jij zou gechambreerd hebben
hij zou gechambreerd hebben
wij zouden gechambreerd hebben
jullie zouden gechambreerd hebben
zij zouden gechambreerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jij chambreer

← Conjugate another Dutch verb

Reji icon

Learn languages with Reji.

One-time purchase for a reasonable price.
No subscriptions, no hidden costs.

How about Android?

Reji's not available for Android yet. You can leave your email.
We'll let you know when it's available!

Let's stay in touch

Follow us on Twitter or Facebook to get bites of usefulness about language learning and Reji tips and tricks.